Spring naar inhoud

Van Rijk tot wijk in actie vanwege klimaatverandering

Klimaatverandering, energie, milieu. Er gaat geen week voorbij of er ligt een nieuw plan, een nieuwe maatregel of een nieuwe subsidie om ervoor te zorgen dat de stad, het land en de wereld leefbaar blijft als het gaat over klimaatveranderingen.

Klimaatverandering is een feit en gaat zelfs sneller dan in het verleden werd voorspeld. Zware regenbuien, maar ook perioden van hitte met temperaturen boven de 30 graden Celsius komen tegenwoordig al vijf keer zo vaak voor als een halve eeuw geleden. En volgens de verwachtingen - op basis van berekeningen - van het KNMI zal dit aantal nog eens verdubbeld zijn in 2050.

Soms lijkt het wel of alle initiatieven en maatregelen over elkaar rollen en geheel geen samenhang hebben. Maar niks is minder waar.

Elk jaar op Prinsjesdag, als het kabinet haar plannen aanbiedt voor het komende jaar, wordt ook de laatste editie van het 'Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie' gepubliceerd door de Deltacommissaris. Ruimtelijke adaptatie is het voorbereiden van een gebied op overstromingen, wateroverlast, droogte en hitte.

Deltacommissaris Wim Kuijken

De Deltacommissaris, sinds 2010 in de persoon van Wim Kuijken, is degene die namens de regering ervoor moet zorgen dat het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten samenwerken, zodat Nederland nu en ook op de lange termijn beschermd blijft tegen de gevolgen van de klimaatverandering. Hij betrekt hierbij ook maatschappelijke organisaties, kennisinstituten en het bedrijfsleven. De Deltacommissaris valt onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu.

Landelijk, vanuit de Rijksoverheid wordt al vijftien jaar gewerkt aan het waterbeleid van de 21ste eeuw. De nadruk heeft daarbij gelegen op het voorkomen van wateroverlast door langdurige regenval. In Tilburg worden sindsdien alle rioleringen voor regenwaterafvoer vervangen door Blauwe Aders, een speciaal, apart rioleringssysteem dat vanuit de hele stad het regenwater veel sneller kan afvoeren.

Alle Nederlandse waterschappen en gemeenten tezamen hebben in de periode van 2003 tot en met 2015 zo’n €1,5 miljard uitgegeven aan de bestrijding van wateroverlast met maatregelen in het watersysteem. Ondanks deze investeringen komt wateroverlast steeds vaker voor, door klimaatverandering en toenemende verharding en bebouwing.

Wateroverlast

Wateroverlast kan ontstaan door langdurige neerslag (meestal in de winter), maar ook door kortdurende, zeer hevige neerslag (vaker in de zomer). De impact van deze twee typen neerslag verschilt en is ook afhankelijk van de plaats waar de neerslag valt: in landelijk gebied of in de stad. De impact kan zo groot zijn dat burgers of bedrijven schade ondervinden, ondanks het feit dat overheden voorzorgsmaatregelen hebben getroffen.

Voor deze schade zijn waterschap en gemeente niet aansprakelijk. Burgers en bedrijven hebben ook een eigen verantwoordelijkheid, maar zijn zich vaak onvoldoende bewust van het risico en hebben te weinig kennis van maatregelen waarmee ze het risico kunnen beperken.

In de stad hebben met name de kortdurende, maar zeer hevige buien grote gevolgen. Het regenwater kan schade of overlast bezorgen, zoals stremming van wegen of spoorwegen en wateroverlast in woningen en bedrijven. Naast de financiële schade blijkt ook de emotionele schade voor bewoners bij herhaalde wateroverlast groot. Waterberging op (groene) daken en in tuinen, straten en parken zijn een middel om wateroverlast door hoosbuien tegen te gaan. Bewoners en bedrijven zijn op hun eigen terrein zelf verantwoordelijk voor het omgaan met regenwater.

Hittestress

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) kan hittestress al op korte termijn zeer grote gevolgen voor mensen hebben. Maar ook kunnen bijvoorbeeld beweegbare bruggen uitzetten en daardoor niet meer sluiten of opengaan. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is een Nederlandse overheidsinstantie die in de gaten houdt wat de gevolgen van het overheidsbeleid zijn voor onder andere het milieu en de leefbaarheid.

In de stad is het ’s zomers gemiddeld 1ºC warmer dan in de landelijke omgeving. In sommige nachten kan dat verschil oplopen tot meer dan 7ºC. Naast temperatuur spelen ook schaduw, wind en luchtvochtigheid een belangrijke rol bij hittestress. Gezondheidsklachten door hittestress ontstaan niet alleen door de warmte zelf, maar ook door de combinatie met luchtverontreiniging (smog). Hittestress raakt ook steeds meer mensen door de toenemende verstedelijking en de vergrijzing van de bevolking. Hittestress kan tot meer ziekte en vervroegde sterfte leiden.

Droogte

We spreken van droogte als er te weinig water van voldoende kwaliteit in de bodem en het watersysteem beschikbaar is. Bij langdurige droogte nemen de gevolgen toe, zoals bijvoorbeeld schade aan funderingen van gebouwen, verdroging van natuurgebieden en verlies van landbouw­productie door gebrek aan neerslag en dalende grondwaterstanden, beperkingen voor de scheepvaart.

Droogte leidt tot meer hitte doordat bomen en planten in de stad bij droogte de helft minder vocht verdampen dan in normale omstandigheden. Het is daarom belangrijk om droogte en hittestress in samenhang aan te pakken. De effectiefste maatregelen om verdroging tegen te gaan zijn het verwijderen van verharding (betonegels en asfalt), afkoppeling van regenafvoer van daken en meer ruimte voor oppervlaktewater.

De volgende stappen

Hoewel 2050 nog heel ver weg lijkt, zijn de eerst volgende stappen voor iedereen heel dichtbij.

Het Rijk neemt het voortouw om in 2017 als hulpmiddel een stresstest te ontwikkelen. Met deze stresstest kan inzichtelijk worden gemaakt op welke plekken er een risico is op overstroming, hittestress en / of droogte. Om deze stresstest te maken wordt heel nauw samengewerkt met alle waterschappen, gemeenten, provincies, kennisinstellingen en aanbieders van bestaande stresstesten. Het is namelijk nuttiger als iedereen met dezelfde stresstest werkt, want dan kunnen de resultaten goed vergeleken worden.

Vanaf 2018 gaan alle overheden met deze stresstest aan de slag en wordt uitgezocht hoe de verkregen informatie het beste kan worden uitgewisseld met elkaar.

Zodra de resultaten van de stresstest beschikbaar zijn (uiterlijk in 2019), starten gemeenten, waterschappen, provincies en Rijkswaterstaat per (deel)regio gesprekken met alle relevante organisaties in de omgeving, zoals: woningcorporaties, netwerk­beheerders, agrariërs en natuurbeheerders.

Vanaf 2020 maken gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk de resultaten van de stresstesten voor openbaar, zodat ook burgers en bedrijven inzicht hebben in de kwetsbaarheid van hun gebied en de noodzaak om maatregelen te nemen. Op die manier moet over drie jaar iedereen kunnen zien wat ervoor nodig is om zijn of haar omgeving aan te passen op de veranderingen van het klimaat, en hoeveel haast er bij is.

Van Rijk tot wijk

De dialogen worden op verschillende niveaus gevoerd, van wijk tot Rijk, waarbij alle belanghebbenden samenwerken aan oplossingen voor de opgave die uit de stresstest volgt. Om deze gesprekken goed met elkaar te voeren zal dan gebruikgemaakt kunnen worden van de ervaringen van degenen die al verder zijn met het vinden van oplossingen.

De overheden ondersteunen de bewustwording van inwoners met communicatie op lokaal, regionaal en nationaal niveau, gericht op de risico’s, de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven en de mogelijkheden van alle partijen.

Gemeenten, waterschappen en provincies spreken per gebied af welke extra acties ze op zich willen nemen om de kwetsbaarheid te verminderen, hoe ze burgers en bedrijven willen ondersteunen bij het treffen van eigen maatregelen en welke schade vooralsnog geaccepteerd wordt.

Binnen drie jaar (uiterlijk in 2020) hebben de overheden een uitvoerings- en investeringsagenda opgesteld voor hun regio. Hierin staan afspraken over wie wat gaat doen, op basis van de gesprekken. Daarbij horen ook afspraken over knelpunten die de partijen op korte termijn aanpakken en over wat later kan, wat een gezamenlijke en wat een individuele aanpak vraagt.

Rijk, gemeenten, provincies en water­schappen investeren in hun eigen vastgoed en het maat­schappelijk vastgoed waarvoor ze verantwoordelijk zijn, zoals scholen, openbare terreinen, sportaccommodaties en verkeersnetwerken. Ze nemen ruimtelijke adaptatie mee als criterium bij aanbestedingen.

Werken aan een klimaatbestendige inrichting is geen vrijblijvende opdracht meer. Overheden en bedrijven moeten ook aanspreekbaar zijn op hun bijdrage. De afspraken in dit deltaplan vormen daarvoor de basis. De delta­commissaris heeft de wettelijke taak de voortgang van het deltaprogramma, waaronder ruimtelijke adaptatie, te bewaken en daarover in het jaarlijkse Deltaprogramma te rapporteren aan de ministers.

Gemeenten en provincies verkennen in de komende vijf jaar (uiterlijk in 2022) of aanpassing van lokale regelgeving gewenst is. Sommige gemeenten hebben al regelgeving aangepast. Zo kan de gemeente Eindhoven sturen op vloerpeilen bij nieuwbouw via de bouwverordening. Een vloerpeil is de voorgeschreven hoogte van de vloer op de begane grond in vergelijking met de hoogte van de straat. De gemeente Laren kan burgers en bedrijven verplichten op hun eigen perceel hemelwater te verwerken via de lokale hemelwaterverordening.

Gemeenten kunnen dergelijke regels of specifieke gebiedsnormen ook opnemen in beleidsplannen. Het Rijk gaat uitzoeken hoe woningcorporaties door aanpassing van de Woningwet meer ruimte kunnen krijgen om bij te dragen aan ruimtelijke adaptatie bij nieuwbouw en onderhoud.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gebruikt Tiny Framework Inloggen