Spring naar inhoud

De herdgangen van Tilburg – De Stokhasselt

De herdgang 'den Stokhasselt' was één van de achterafgelegen herdgangen in het uiterste noordwesten van Tilburg. Het maakte onderdeel uit van de noordelijke herdgang samen met de Heikant. Van oorsprong in de middeleeuwen viel het gebied onder de parochie West-Tilburg, een groot gebied, want Oost-Tilburg betrof voornamelijk het latere Oisterwijk, Moergestel en de Moerenburg. Van de herdgang Stokhasselt is nauwelijks iets over gebleven, de aanleg van het kanaal, de sloopplannen van Becht in Tilburg-Noord en de aanleg van de Midden-Brabantweg, midden door de herdgang, zijn hier debet aan. Ligging De Stokhasselt stond met twee straten, 'Stockhasseltschestraat' en 'Creijenvenstestraat' als een grote lus in verbinding met één van de grotere herdgangen van Tilburg, de Hasselt, ook waren er twee belangrijke zandpaden vanuit het Goirke.

In 13 verschillende beschouwingen gaan we de komende weken de herdgangen afzonderlijk onder de loep nemen. We kijken terug naar het verleden, de ligging, met een korte geschiedenis en bezien wat er nu nog van over is. Daarnaast herinneringen en verhalen met (oud)-buurtbewoners over het reilen en zeilen vroeger in zo’n buurtschap. Door de grote uitbreidingen van Tilburg na 1880 zijn er ook nieuwe buurten ontstaan die vroeger nog weiland waren, te denken valt aan Groeseind, De Besterd, Broekhoven, Theresia. Toch kunnen al deze buurten nog gelinkt worden aan de herdgangen van vroeger.

 

Historische atlas 1836
Historische atlas 1836

De herdgang 'den Stokhasselt' was één van de achterafgelegen herdgangen in het uiterste noordwesten van Tilburg. Het maakte onderdeel uit van de noordelijke herdgang samen met de Heikant. Van oorsprong in de middeleeuwen viel het gebied onder de parochie West-Tilburg, een groot gebied, want Oost-Tilburg betrof voornamelijk het latere Oisterwijk, Moergestel en de Moerenburg. Van de herdgang Stokhasselt is nauwelijks iets over gebleven, de aanleg van het kanaal, de sloopplannen in Tilburg-Noord en de aanleg van de Midden-Brabantweg, midden door de herdgang, zijn hier debet aan.

Ligging

De Stokhasselt stond met twee straten, 'Stockhasseltschestraat' en 'Creijenvenstestraat' als een grote lus in verbinding met één van de grotere herdgangen van Tilburg, de Hasselt, ook waren er twee belangrijke zandpaden vanuit het Goirke.

Stokhasselt Hoolven
Brandkuil (het Hoolven) in de Stokhasselt uit 1904. Bron: Arjen Roos en Rianne Willems: ‘Van ‘dorp’ tot stadsdeel Tilburg-Noord. Heikant en Stokhasselt toen en nu’. Foto van Henri Berssenbrugge

Stokhasselt-2013De herdgang begon dus als Stokhasseltsestraat waar nu de Weverstraat begint. De weg liep via Merwedestraat, Gounodpad, en verder noordwaarts, zo'n 150 meter westwaarts van de huidige Stokhasseltlaan. Een drietal zandpaden kwamen vanuit het oosten kwamen hierop uit. Eén vanaf de pastorie van het Goirke, een vanaf het huidige Julianapark en een directe verbinding vanaf LijnsHeike.

De Stokhasseltsestraat eindigde op een spie met een vertakking naar rechts richting Heikant, Rugdijk en de Schans, de Kromstraat geheten. De weg ging verder noordwaarts als Hei-einde, daar boog ie naar het westen, als Postelstraat, dat heet nu deels IJpelaarweg, het enige stukje weg dat nog niet aangetast is. Daarna slingert de weg zuidwaarts als Kraaivensestraat (Kraaiven of Kraaistraat) naar het Hasseltplein.

Het centrum van de herdgang was aan het einde van de Stokhasseltestraat bij de vertakking naar het Kromstraatje en de Heijsijde. Daar was ook een grote brandkuil, het Hoolven genaamd. Deze had een natuurlijke oorsprong als heideven.  De foto is van de bekende fotograaf Henri Berssenbrugge.

Korte Geschiedenis

De herdgang Stokhasselt vormde de noord-westgrens van Tilburg, met aan de westkant uitgestrekte heidevelden, grafheuvels (Kraaiven) en vindplaats van veel prehistorische vondsten.

De opgegraven urn bevindt zich in het Noord-brabants museum. Datering is tussen 1.800 en 1.100 voor Christus.
De opgegraven urn bevindt zich in het Noord-brabants museum. Datering is tussen 1.800 en 1.100 voor Christus.

In 1845 ontdekt de Jan Antonie van Spaendonck (1792-1849) een zestal grafheuvels, in de heide ten westen van de Stokhasselt. Hij was een amateur-archeoloog en een neef van de schilder Gerard van Spaendonck, die furore maakte in Parijs. “Met hulp van een arbeider in één dag opgegraven. Hij vond in 'eene der heuvels een zo aanmerkelijk gedeelte dat dezelve wel eene geheele urne uitmaken'"Deze urn is gedateerd uit 1.800 tot 1.100 voor Christus en is bewaard gebleven.

Journalist Pierre van Beek merkt op: “De bronstijd liet binnen Tilburg ook grafheuvels na. De eerste hier gevonden urnen - dat gebeurde al in 1841 en 1845 - zijn hieruit afkomstig. Ze werden ontdekt op de Stokhasselt en bij "Jan Aartebumke", een eeuwenoude, niet meer bestaande eik, rechts van de weg naar Moergestel (1841). Zoals alle bronsgrafheuvels lagen ze langs de rand van een ven. Op de Stokhasselt was dit het Kraaiven”

Al vroeg in de geschiedenis duikt de naam Stokhasselt op, ook in geschreven stukken.

In 1398 wordt de Stokhasseltse boer Gerit Ymmen beschreven die 2 koeien, 2 jonge stieren en 44 schapen bezat. Ook het 'Goed ter Linden', in de 14e en 15e eeuw een groot akkergebied tussen het Lijns Heike en de Stokhasseltstraat wordt al in 1415 beschreven, het geeft aan dat de Stokhasselt wel een van de oudere herdgangen van Tilburg is. Het maakt onderdeel uit van De Heikant, waarmee het gebied ten noorden van Hasselt, Veldhoven en Groeseind wordt aangeduid. Ondanks de relatief kleine bevolking zijn er veel vermeldingen in het archief, deels door ontginningen van heidegronden, en door versnipperingen van de gronden door kindsdelen na een erfenis.

Eén van de bekendere oud-inwoners van de Stokhasselt is de latere textiel-fabrikant Chrisje Mommers (1836-1900), die een vakbekwame wever was, en stamde uit een familie van thuiswevers op de Stokhasselt. In 1861 begon hij met een paar weefgetouwen een klein handwerkfabriekje aan de Goirkestraat. Later groeide dat uit tot een grote textielfabriek en nu is het Textielmuseum daarin gevestigd.

Weinig is er in Stokhasselt gedurende de eeuwen veranderd, er werden geen textielfabrieken gebouwd. Wel kwam er een kanaal, die voor verdere isolering zorgde. En de nekslag voor de herdgang, was het besluit om één groot Tilburg-Noord als nieuwbouw-wijk te maken waardoor de bestaande huizen en wegen met de grond gelijk werden gemaakt. Na de uitvoer van die plannen bleef er niets, bijna niets meer, van de Stokhasselt als herdgang over.

Naamsverklaring.

Hazelnoten
Hazelnoten onder de hazelaar

De naam Stokhasselt vindt zijn oorsprong in het oud Middelnederduitse woord 'Hassel', wat voor de boom Hazelaar staat. (zie hiervoor ook de verklaringen bij de herdgang van de Hasselt). In 1522 duikt de volgende vermelding in het gemeentearchief op: 'De Haselaerwech gelegen in die Hasselt'. Hier is het duidelijk dat er sprake is van een hazelaar, en vermoedelijk een hazelaar-bos. De hazelaar groeide vaak onder eiken, meestal in een hegvorm, het is een boom die goed tegen de schaduw kan. Hazelnoten spelen al sinds de prehistorie een belangrijke rol in de voeding, voor mens en dier. Ze zijn een belangrijke leverancier van Vitamine E. Bovendien werden de noot, de bast en het blad als geneesmiddel gebruikt tegen verschillende kwalen. Daarnaast was de boom het symbool van het huwelijk, overvloed aan rijkdom en familiegeluk. De hazelnoot werd als het ware gezien als het symbool van vrede en gezondheid.

De naam 'stok' heeft verschillende betekenissen. Allereerst staat het voor een 'plaats', een met palen gemarkeerde plaats. Later kwam er een geloofs-betekenis bij, zoals plaats van aanbidding, kapelletje of klooster, daarvoor zijn er aanwijzingen zoals een acte uit 1530 'nde prochien van Tilborch ter plaetse geheijten aan die Heijsheide bij onser lijever vrouwen huijsken'.

 Herinneringen

Anton van de Wiel verhaalt op de website 'Het geheugen van Tilburg' over de bouwplannen:

Op 2 maart 1965, stak wethouder P. Vriens de schop in de grond voor het uitbreidingsplan Heikant-Stokhasselt. Hij deed dat mede namens Burgemeester Becht ("Ik heb 2 linkse handen") , die zei dat er na ongeveer 8 ½ jaar 10.000 woningen gebouwd zouden zijn. Echter niet in de Heikant of in de Stokhasselt, maar in "Tilburg-Noord"! Want burgemeester Becht hield, zoals bekend is, niet van Tilburgismen...

Waar dat toe geleid heeft, daarvan krijg je koude rillingen. De oude veldnamen, de toponiemen, waarvan het in dit oude historische woongebied wemelde, werden systematisch weggemoffeld en "Noord" kreeg in plaats daarvan ontelbare componisten- en andere muziek-straatnamen. Maar we hebben nog wel het bejaardenoord "De Heikant", waar de laatste bejaarden rondlopen die het gemoedelijke, volle ronde Heikants nog in de keel hebben.

Wethouder Vriens zei bij voornoemde gelegenheid ook nog dat volledige opruiming van de oude bebouwing te duur zou zijn geweest (Goeie hemel, dat ontbrak er nog maar aan !). “

Een bejaarde meneer herinnert zich: “2 September 1946 brak voor mij het echte schoolleven aan. Ik mocht toen naar de lagere school, ofwel de leerschool, zoals die in die tijd ook wel werd genoemd. De Stokhasselt waar ik woonde behoorde tot de parochie 't Goirke en omdat ik een kind uit een arbeidersgezin was moest ik naar de St. Janschool (Kasteeldreef). Deze school, geleid door fraters, was een rooms katholieke school waar godsdienst een belangrijk lesvak was. De kinderen op stand gingen naar de Leo-school (in de Leo XIII straat). In de Heikant en Stokhasselt waren geen scholen, en voor onderwijs gingen alle kinderen naar het Goirke.

Een mijnheer kijkt terug: "Mijn ouders woonden toen in de Stokhasseltkerkstraat. Ik ben daar in in 1940 geboren. Als je tegenover de Goirkese kerk de Kapelstraat in ging kwam je op het einde bij de kanaalbrug. Aan de andere kant van het kanaal lag de Stokhasselt. Ging je direct over de brug rechts naar beneden dan kwam je in de Stokhasseltsedijk. Hier stonden 3 huizen. Hoewel dat paadje, het was niet meer dan een zandpad, eigenlijk doorliep tot aan de Lijnse Heike  kon je er maar tot de huizen gebruik van maken. Het pad doorkruiste de akkers en voor de boeren was dat een obstakel. Bij het ploegen hield men dan ook geen rekening met dit pad. Bij het pad aangekomen ploegde de boer gewoon door waardoor het pad onbruikbaar was. Het had dan ook niet voor niets de bijnaam "boerenverdriet". Rechtdoor was de Stokhasseltkerkstraat welke aan het eind bij de blauwsloot overging in Stokhasseltstraat die uiteindelijk weer uitkwam op het Moleneind, de weg naar Loon op Zand. In de Stokhasseltkerkstraat stonden 34 huizen, hoofdzakelijk bewoond door arbeidersgezinnen. Een boer, twee groenteboeren en een kruidenier vormden de rest van de bewoners. Aan het eind van de straat lagen de voetbalvelden van SET. De straat was verhard met kinderkopjes met aan weerszijden een sintelpad. De straatverlichting bestond uit hier en daar een gaslantaarn. Waterleiding was er niet. Ieder huis had een pomp of een waterput welke in een hete zomer wel eens droog kwamen staan. Pas in 1954 is er waterleiding aangelegd, en is ook de weg voorzien van straatklinkers. De straatverlichting werd toen vervangen door elektrische armaturen. De straat heeft bestaan tot begin 60-er jaren toen de stadsuitbreiding gebouwd ging worden in de Stokhasselt.”

Een mevrouw kijkt terug op de situatie in 1945: “Na de oorlog was het niet makkelijk om vanuit de Stokhasselt naar school te komen: “Het was 1945, de oorlog was net achter de rug. Wij woonden in de Stokhasselt, dus over het kanaal. Op hun vlucht hadden de Duitsers de bruggen over het kanaal opgeblazen. Zo ook de brug bij de Stokhasselt. Om op het Goirke te kunnen komen moesten we daarom gebruik maken van een bootje waarmee een van de bewoners, tegen betaling, je naar de overkant bracht. Hoewel het overzetten maar enkele centen kostte beliep dit al gauw een, voor die tijd, behoorlijk bedrag. Een alternatief was via de kanaaldijk naar het Lijnsheike waar de bevrijders een noodbrug hadden aangelegd en zo, via een omweg naar het Goirke. Toen ik dan naar de bewaarschool mocht, moest ik op die manier naar school gebracht worden. Via de kanaaldijk, naar het Lijnsheike, het Julianapark, de Hoefstraat, de St. Janstraat om bij de splitsing met de Korte Hoefstraat via een zandpad (genaamd de Binnenpad) door de weilanden de Pastoriestraat te bereiken. Toen enige tijd later ook bij de Stokhasselt een houten noodbrug was aangelegd kon de school bereikt worden via de Kapelstraat, Hogendorpstraat en Houtstraat (nu: Kardinaal Vaughanstraat). Deze houten noodbrug was alleen bestemd voor voetgangers en fietsers, voor zover er fietsen waren direct na de oorlog. “

Noot ) Alle cursiveringen zijn verhalen die (ten dele) gepubliceerd zijn op de website 'Het Geheugen van Tilburg'.

het-jaar-013_blauw_rood_RGBAlle artikelen van de herdgangen en de links op een rijtje

Share

1 gedachte over “De herdgangen van Tilburg – De Stokhasselt

  1. Arjen Roos

    John, je mag gerust mijn boek noemen dat ik in 2002 over de Heikant en Stokhasselt heb uitgegeven, samen met Rianne Willems: 'Van 'dorp' tot stadsdeel Tilburg-Noord. Heikant en Stokhasselt toen en nu'. Daar staan ook nog oude foto's van de Stokhasselt, de molen bij het kanaal en de brandkuil in de Stokhasselt. Interesse?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gebruikt Tiny Framework Inloggen