Spring naar inhoud

Carnaval, de stille revolutie van de Tilburgse burgerij

Dat het carnaval in het strenge katholieke Tilburg een zeer eigen geschiedenis heeft vergeleken met de omliggende steden, zoals Den Bosch en Breda, mag wel duidelijk zijn dankzij de uitzending 'illegaal carnaval in Tilburg' van Andere Tijden.  Het carnavalsfeest in Tilburg kent een zeer grillig verloop. Het feest dat in de Tilburg en op het omringende platteland, beter bekend staat als Vastenavond, werd in de zestiende eeuw al gevierd. Toch moest carnaval in de jaren zestig van de vorige eeuw opnieuw worden uitgevonden.

In Tilburg speelde het feest zich in de zestiende eeuw vooral af op de avond voor Aswoensdag, het begin van de vasten. De oudst bekende vermelding van dit vastenavondfeest staat in een voogdijrekening over de jaren 1586-1598.

Hierin is opgetekend dat het weeskind Jenneken, dochter van Pauwels Gijben, vier stuivers kreeg om met ‘vastelavont’ haar ‘gelach’ te betalen. Het vastenavondfeest bestond uit ruwe spelletjes met weerloze dieren zoals gansrijden en katknuppelen, het verkleed uit gaan en gemaskerd dansen. De jeugd trok langs de deuren met de rommelpot, en zong daarbij al bedelend een rommelpotliedje, zoals we dat nu nog kennen bij het 'Driekoningen zingen'. Echter veruit de meeste Tilburgers vierden 'vastelavont' gewoon thuis met het drinken van een borreltje of een glas bier en het eten van spekpannenkoeken en oliebollen.

Pater Bernard Hafkenscheid (1807-1865)

De burgerlijke overheid trad hier met allerlei verordeningen en verbodsbepalingen wel tegen op. Evenals de geestelijkheid die in 1847 het veertigurengebed op Vastenavond instelden. Het is niet uitgesloten dat dit gebruik juist met vastenavondviering werd geïntroduceerd om dit feest de kop in te drukken. Dit leidde in 1857 tot de grootste rel uit de carnavalsgeschiedenis van Tilburg. De grootse prediker in die tijd was pater Bernard Hafkenscheid (1807-1865), befaamd om zijn vlammende preken. Op een van de avonden in februari 1857 werd hij in zijn preek gestoord door een groepje feestende en zingende jongelui . Zij moest niets hebben van de bemoeizucht van de kerk met het vastenavondfeest. De pater Bernard stopte terstond zijn predicatie, ging naar het altaar, haalde het Heilige Sacrament van de troon en plaatste het onder doodse stilte weer in het tabernakel. De Tilburgse jongeren kwamen hierdoor in opstand waarna de kerk de jongeren op Vastenavond verboden om nog langer verkleed, dansend en in optocht door de straten van Tilburg te gaan. Door deze aanvaring tussen geestelijkheid en burgerij, volgde het stadsbestuur de eis van de kerk, met als  gevolg dat het openbaar vastenavondfeest in Tilburg werd verboden.

Gekostumeerd bal bij voetbalclub Willem II.

De jaren daarna moesten de Tilburgers genoegen nemen met een vastenavondfeest achter gesloten deuren of in huiselijke kring. In de cafés in Tilburg mocht zelfs door deze verordening tot begin jaren zestig van de twintigste eeuw niet worden gedanst en gehost. Alleen sportverenigingen en studenten sociëteiten zoals De harmonie en kregen hiervoor een vergunning ‘mits de eerbaarheid was gewaarborgd’. In de periode dat er geen openbaar vastenavondfeest meer was gingen vele Tilburgers die het feest niet in besloten kring wilden vieren naar de carnavalssteden zoals Den Bosch, Breda of zelfs Antwerpen. Door deze invloed  werden er in de loop van de jaren aan deze besloten verenigingsfeesten in Tilburg steeds meer carnavaleske elementen toegevoegd omdat de Tilburgers door het bezoeken aan deze  carnavalssteden de smaak goed te pakken had gekregen. Er kwamen prinsen en er werd meer aandacht besteed aan de kleding. Echter de feestvierende bezoekers van deze besloten carnavalsfeesten kwamen binnen met hun kostuums verborgen onder mantel en jas, omdat het tot de jaren 60 verboden was om verkleed over straat te gaan.

Carnaval in de soos Katholieke Arbeiders Jongeren

Na de Tweede Wereldoorlog ging de geestelijkheid langzaam steeds meer overstag met de viering van carnaval, gezien de vele carnavalsfeesten in de patronaten en de parochiesoosen. Nu moest het stadsbestuur nog om vond een groot deel van de Tilburgse bevolking. Echter niet eerder dan half jaren vijftig van de twintigste eeuw werd voor de eerste keer een poging ondernomen om tot een Tilburgs openbaar carnaval te komen, toen overigens nog geheel in lijn met de oorsprong Vastenavondfeest. Doordat verenigingen de krachten bundelden, ontstonden er de eerste carnavalsclubs in Tilburg. Bijvoorbeeld ‘de Hasseltse Schuit’ en ‘De Görkese Turken’ in 1955.

Prins Carnaval en de Raad van Elf

Enkele verenigden zich in 1956 onder de noemer Tilburgse Carnavalsvereniging 'De Kruik'. Het doel was het organiseren van gezamenlijke, stedelijke carnavalsactiviteiten zoals een elf-elf-bal in de Metropole Schouwburg onder aanvoering van een gezamenlijke Raad van Elf en de organisatie van een optocht op de 'vastenavonddag'. 'De Kruik' kwam zelfs met een eigen 'Carnavalsschlager'. Tijdens de 'ontspanningsavond' in Metropole Schouwburg op het elf-elf-bal in 1956 werd voor het eerst ook de 'Orde van de Kruiken' uitgereikt aan vier mannen die zich voor de feestelijkheden flink hadden ingespannen. Zij werden geridderd in de 'Orde van de Kruiken'. 'De Kruik' was echter geen lang leven beschoren. In 1957 werd carnavalsvereniging 'De Kruik' weer ontbonden nadat een algemene vergadering in Café De Cock door slechts vier mensen was bezocht.

Tilburgse Carnavalsvereniging

Tilburg was opgegroeid met het idee dat carnaval tot de verboden vruchten behoorde. Door carnaval officieel toe te staan, zou met dat verleden worden afgerekend, en dat was nogal wat. Niemand durfde echter de grote stap te maken. In de besluitenlijst van de vergadering van het College van Burgemeester en Wethouders van Tilburg stond op 5 april 1956 nog geschreven: ‘De plannen om te komen tot openbare viering van het Carnaval moeten niet worden bestreden maar ook niet bevorderd.’  Daarop kwam de burgerij op het idee om het eerst bij de jeugd te proberen. In 1957, precies een eeuw na het carnavalsoproer van 1857 trok er weer voor het eerst een carnavalsoptocht door Tilburg. Dit betrof een kinderoptocht, eerst alleen nog binnen grenzen van de wijk Jeruzalem. In de jaren daarna vertrok de feestelijke kinderoptocht vanaf Café Jeruzalem, nu het buurthuis, naar het centrum van Tilburg en weer terug naar het buurtcafé.

Kinderoptocht 1960 Koningswei

In 1960 uiteindelijk verleende het College van Burgemeester & Wethouders toestemming voor een kinderoptocht in het centrum door de Koningswei. Het gemeentebestuur en het meer notabele deel van de bevolking keek met enige minachting neer op dit kinderachtige volksvermaak, maar de eerste officiële jeugdoptocht op 28 februari 1960 was een enorm succes: 3000 kinderen en 20 wagens namen deel, en ruim 30.000 mensen stonden langs de kant. Na die eerste officiële kinderoptocht volgden er kleinere opstoetjes vanuit cafés uit de wijk Korvel en het Wilhelminapark. In de parochies keurde een nieuwe generatie pastoors deze vorm van carnavalsvieringen goed maar op straat mocht nog steeds geen carnavalskleding gedragen worden. Ook na 1960 volgde geen officiële goedkeuring voor een echte optocht. Een aantal carnavalsverenigingen verzette zich tegen dit verbod. Horecabazen kwamen in verweer tegen het verbod op muziek, hossen en danspartijen, dat ook nog steeds gehandhaafd werd in de vele Cafeetjes die Tilburg telden.

Carnavalsvereniging de steunzolen

Zo werd er direct na het carnavalsfeest van 1961 als een vorm van protest, door de vrienden Rinus Maas, Sjaak Mathijsen en Toon van Dongen, de uitbater van café Extase op den Heuvel, de  carnavalsvereniging 'De Steunzolen' opgericht. Hun eerste carnavalsjaar in 1962 met een heuse prinscarnaval 'Órthopeus den Eerste' werd nog in besloten kring in café Extase gevierd. Daarna besloot ook carnavalsvereniging 'De Steunzolen' dat Tilburg rijp was voor het openbaar carnaval. Echter het stadsbestuur bleef de carnavalsviering ontmoedigen, maar in 1963 was er geen houden meer aan. In dat jaar vond de eerste illegale intocht plaats georganiseerd door 'De Steunzolen' in samenwerking met de in 1962 opgerichte carnavalsvereniging 'De Bierpompen'. Door zonder toestemming van het gemeente bestuur, dus zonder vergunning, toch de straat op te gaan om met een open Landauer om 'Prins Louis Goewie' af te halen van het station riskeerden ze een bekeuring. De politie schreef daarop maar liefst 34 processen-verbaal uit wegens verstoring van de openbare orde. De stunt werd herhaald in 1964, en nu zelfs brutaal aangekondigd in de lokale krant maar nu maakte de politie geen proces-verbaal op. Hierop nam Dré Meulenbroek van café Casino het initiatief om eens met burgemeester Becht te gaan praten. En die was bereid om mee te denken.

"de Pintenwippers" tijdens carnavalsoptocht 1965

Dus uiteindelijk ging het er toch van komen, de drang bij met name de carnavalsverenigingen en de horeca om te komen tot een openbaar carnaval was te groot geworden. Het moest wel goed aangepakt worden en aan het gemeentebestuur moest een verantwoord plan worden voorgelegd. Er werd een Comité Stadscarnaval Tilburg opgericht, er werden commissies benoemd en een Stadsprins en Raad van Elf aangewezen. Op 5 februari 1965 werd een vergunning verleend aan carnavalsvereniging 'de Kruiken' voor een officiële openbare carnavalsoptocht op zondag 28 februari 1965, aansluitend aan de zesde officiële jeugdoptocht. De voorbereidingstijd was erg kort, dus samenwerking was erg belangrijk. De eerste optocht kon een succes genoemd worden, met maar liefst 70.000 belangstellenden. Het publiek stond nog wel braaf langs de kant van de weg, als betrof het een processie. Maar dat had ook met de optocht te maken. Er was nog weinig muziek en er waren regelmatig opstoppingen. Maar het begin was er.

Ontvangst door een burgemeester Becht van een Prins Willem d’n Irste in1967.

In de jaren na de eerste officiële grote carnavalsoptocht in 1965, werden er steeds meer activiteiten georganiseerd, hoewel de meeste daarvan zich toch nog voornamelijk in de zalen afspeelde. Wel werd het aantal deelnemers aan de optocht ieder jaar groter, en verstrekte de gemeente steeds meer subsidie voor het carnaval. In 1967 was voor het eerst een officiële ontvangst van de Stadsprins 'Willem d’n Irste' op het stadhuis door de burgemeester Cees Becht. Dit was een belangrijk moment, want hiermee liet het college blijken positief te staan tegenover het openbare carnaval in Tilburg. De Carnaval heeft het er ook voor gezorgd dat 40-urengebed werd verdreven; de pastoor stopte ermee in 1967 door gebrek aan animo. “Volle cafés, lege kerken. Het is niet anders.”

Kruikenzeiker op d'n Heuvel

In vroeger tijden kende Tilburg nog veel wolfabrieken waarvoor veel textielarbeiders urine spaarden in kruiken die waarschijnlijk werd gebruikt om de wol te wassen. Daarom noemen Tilburgers zichzelf tijdens carnaval Kruikenzeikers of Kruiken en wordt de stad Kruikenstad genoemd. In de eerste officiële openbare  carnavalsjaren in 1966 op het Willemsplein en 1967 op de Heuvel stond er een levensgrote kruik symbool. In 1968 werd de Kruikenzeiker, het nieuwe symbool voor kruikenstad, voor het eerste keer op D'n Heuvel op zijn sokkel gehesen.

In 1970 meldde burgemeester Becht, dat Tilburg was opgenomen in de rij van carnavalssteden en was de strijd van de Tilburgse burgerij voor een openbaar carnavalsfeest gestreden.

Bronnen: Geheugen van Tilburg, Collectie Regionaal archief Tilburg

Share

1 gedachte over “Carnaval, de stille revolutie van de Tilburgse burgerij

  1. jan corbey

    Roland , je hebt een prima stuk geschreven.
    Later zou je eventueel nog kunnen toevoegen , dat door de ' protestantse' historische kanten uit het Tilburgse establisment het openlijk carnaval vieren niet passend werd ervaren. EN de verkleedpartijen, bijvoorbeeld als vrouw verkleed gaat door mannen, zeker niet werd geduld. Travistie werd absoluut afgekeurd. Menige man moest in z'n feestgang onbelemmerd zijn weg weten te gaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gebruikt Tiny Framework Inloggen