geldMaandagmiddag in de commissie Sociale Stijging stond het nieuwe NOMA-beleid op de agenda en de discussie ging vooral over de sancties en boetes die mensen riskeren als ze niet genoeg meewerken. NOMA, ‘Nieuw Organisatie Model Arbeidsmarktbeleid’, is het nieuwe plan rond werk en uitkering, dat over enkele maanden wordt ingevoerd.

Zo krijgen alle aanvragers van een (bijstands-)uitkering een wachttijd opgelegd van vier weken. In die vier weken krijgen ze geen geld en moeten ze alles op alles zetten om werk te vinden. Als na vier weken blijkt dat werk vinden niet gelukt is en de cliënt genoeg zijn best heeft gedaan om werk te zoeken, wordt de uitkering uitbetaald, met terugwerkende kracht voor de eerste vier weken.

Wie een uitkering krijgt en volgens de Sociale Dienst niet goed genoeg meewerkt, loopt kans op een boete en (tijdelijke) stopzetting van de uitkering. Sinds 1 januari is namelijk de nieuwe, landelijke Fraudewet ingevoerd met veel hogere boetes en sancties dan vroeger. Niet alleen moet het teveel ontvangen geld geheel terug betaald worden, maar ook moet daar bovenop een boete betaald worden die evenveel is als het terug te betalen bedrag. Wie nog een keer in de fout gaat, betaalt een boete van 150% en krijgt maximaal drie maanden geen uitkering. Hierbij krijgt de cliënt geen hulp via de schuldhulpverlening. Redenen voor boetes en sancties zijn: niet goed genoeg meewerken, agressief gedrag en te weinig of onvolledige informatie geven aan de Sociale dienst.

De raadsleden in de commissie Sociale Stijging hadden bijna allemaal veel complimenten over voor de nieuwe regels, met uitzondering van Corrie Laming van de SP en Jan Esman van de PvdA. Beide maken zich erg zorgen om de gevolgen voor mensen die sancties en boetes krijgen opgelegd. De SP heeft schriftelijk vragen gesteld en Jan Esman uitte zich fel tegen wethouder Auke Blaauwbroek: “Op zich ben ik het ermee eens dat cliënten die geweld gebruiken, of betrapt worden op fraude en misbruik hard worden aangepakt. Maar onder deze mensen zijn er die de gevolgen van hun niet-meewerken niet overzien. We moeten deze mensen niet zomaar laten vallen maar op het goede spoor zetten. Er zijn voordelen aan vier weken wachttijd, maar ook nadelen… verstrekkende gevolgen. De financiële problemen zijn niet te overzien als mensen vier weken geen inkomen hebben. We moeten juist voorkomen dat we mensen in de financiële problemen brengen. Voor mensen die na twee jaar uit de WW komen en het laatste jaar nog maar 70% van het minimumloon hebben ontvangen, is een maand zonder inkomen onoverkomelijk. En daarbij: een 55-plusser wil werken, die heeft immers al 25 à 30 jaar gewerkt, dus als er geen werk voor hem is dan moet een 55-plusser geen wachttijd krijgen.” Op dat moment neemt de voorzitter Jan Esman het woord af, omdat hij te ver uitwijdt over het NOMA-beleid, terwijl de PvdA in december voor het nieuwe beleid heeft gestemd.

Auke Blaauwbroek antwoordde hierop: “Er is steeds minder geld beschikbaar, dus niet-meewerken moeten we sanctioneren. De zoektermijn van vier weken mag nooit leiden tot financiele problemen, maar bij sancties wordt er niet naar gekeken of het om gezinnen met kinderen gaat.” Johan van de Ven van de PvT wees er op, dat Nederland de Internationale Rechten van het Kind heeft ondertekend, waar in staat dat elk kind recht heeft op sociale zekerheid en dat de sanctie-maatregel hiermee in strijd is. Hierop antwoordde Auke Blaauwbroek dat er misschien een aangepaste boete kan worden opgelegd als zou blijken dat dit ernstige gevolgen heeft voor het gezin.

Delen